Speed Limit

Wij wielrenners (Ha! Mooi he, dat ik me stiekem al tot deze categorie reken ? ) kennen hem allemaal. De speed limit. De grens tot waar je snelheid kunt maken en vasthouden. Tegen wind in uiteraard anders dan wind mee, maar hij is er. Trap je er 10 minuten overheen, ‘in het rood’ zoals een mederijder dat noemde, dan ben je uitgeteld voor de rest van de rit.

Die snelheid is voor iedereen uiteraard anders. Training maakt ook dat je er langzaam wat snelheid bij krijgt, maar de grens is er. Ik heb ontdekt dat, wanneer je na je 50ste gaat fietsen, deze grens zich maar heel langzaam laat oprekken en wellicht geldt dat trouwens voor anderen net zo goed.

Altijd kijken we enigszins op tegen rijders die weer harder rijden dan wij en bagatelliseren onze eigen snelheid. Zetten deze af tegen de snelheid van de ‘betere’ rijder, maar omgekeerd kijken we ook maar al te makkelijk neer op de rijders die nog een trapje lager op de snelheidsladder zitten. “Ha. Die reed ik toch maar mooi effe lekker voorbij.”

Te hard

In de laatste Homeride werkte dit fenomeen zo af en toe tegen ons. Hoewel de rit zeer zeker bedoeld is als teamprestatie blijkt het voor de ‘snellere’ mannen en vrouwen verrekte lastig zich aan te passen aan de langzamere deelnemers.

Dat is geen verwijt overigens (mij overkwam het in etappe 4 ook bijna als rijder op kop), maar wel een merkwaardig fenomeen. Diverse etappes reden sommige beginnelingen zich ‘in het rood’ om de snellere, makkelijk trappende teamgenoten bij te houden. De rijders op kop leken het nauwelijks te merken, maar dit vergde toch echt onnodige inspanningen van hen die het juist al het moeilijkst hebben op zo’n dag.

Mondje dicht

“Als we te hard rijden moet je het maar zeggen hoor.” Wordt er dan gezegd en slechts zelden gebeurd dat dan ook. Vreemd! Nee, niet echt. Vanuit mijn eigen ervaring en die van enkele teamgenoten durf ik wel te stellen dat;

  • je nu eenmaal niet graag wenst toe te geven aan het feit dat je het even niet bij kunt houden,
  • je geen last wilt zijn voor de rest van het team en
  • je jezelf al snel een vijfde wiel aan een verder soepel lopend wagentje vind

De bal zou ik dan ook graag terugspelen op de fitte, snelle mannen en vrouwen. Zeker in een tocht als de Homeride, maar ook in andere gezamenlijke tourritten zouden juist zij zich voortdurend moeten bekommeren over hun ‘mindere’ teamgenoten en er geen (on-)bewust genoegen in scheppen er weer één af te rijden.

Het maakt de rit zoveel leuker voor iedereen als je echt samen uit en en weer naar huis kunt fietsen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *